Netpolariteit en aanverwante zaken
- Gegevens
- Categorie: Techniek & akoestiek
- Gepubliceerd op 29 januari 2011
- Geschreven door Paul Geerlings
Inmiddels zijn ook alle XTC powercords, die verderop in dit verhaal worden genoemd, vervangen door NBS powercords uit de Active-serie. Doordat de XTC kabels zo stug en dik zijn bleken ze niet geschikt voor de Mark Levinson No. 380S waar de aansluiting in de bodemplaat zit én de combinatie met de PPP onderin het audiorack.
De KE SNS plug van Kemp wordt vanwege de PPP niet meer in de audiogroep gebruikt en is verhuisd naar de groep waarop de televisie, decoder en een eenvoudige HT-set zit aangesloten.
Uiteraard blijft netpolariteit, ook in mijn set met de PPP, een belangrijk gegeven. Óók de PPP heeft er belang bij en in mijn huidige situatie is de PPP dus correct gepoold in het stopcontact en de gehele set, op basis van polariteitsmetingen, aangesloten op de gemarkeerde stopcontacten van de PPP.
Inleiding
Zo, da's een flinke titel, maar eigenlijk heeft het allemaal wel met elkaar te maken met als doel om ook in het 230 Volt-gedeelte je apparatuur zo optimaal mogelijk te laten presteren en negatieve invloeden zoveel mogelijk uit te sluiten. Er is ongetwijfeld al veel over geschreven, waarom dan ook nog een stuk van mijn kant? Omdat ik al jaren kritisch naar het netgedeelte van m'n set kijk en waar nodig en zinvol verbeteringen heb aangebracht.
Uiteraard ben ik best wel geïntereseerd in het waarom, maar voor mij telt vooral het resultaat. Ik vertrouw altijd op m'n oren! Neem ik geen verbeteringen waar, dan vind ik het weggegooid geld en geef ik dat liever aan muziek uit. In het eerste gedeelte ga ik wat op de techniek in, maar in dit verhaal gaat het vooral om de aanpassingen in mijn set en wat de resultaten er van zijn!
Netpolariteit; theorie
Jaren geleden kocht ik een Van Medevoort Polechecker. Met dit apparaat kun je, net als met een spanningszoeker, de fase en de nul van het stopcontact bepalen. Maar deze polechecker kan meer, hij meet ook het electrisch spanningsveld rondom de behuizing van een apparaat. Dit spanningsveld ontstaat door het transformeren van 230 volt wisselspanning naar een bruikbare laagspanning. Deze statische spanning is dus meetbaar met een polechecker, maar ook met een multimeter en kan varieeren per apparaat.
Peter van Willenswaard legde het in een artikel in de HVT ooit eens mooi uit: Volgens hem draait het hierbij feitelijk allemaal om lekstroom. Lekstroom ontstaat door capacitieve koppeling tussen de primaire en secundaire wikkelingen van de voedingstrafo. Omdat zo'n trafo niet symmetrisch gewikkeld is, zal de lek afhangen van de precieze plaats waar de "hete" 230 de trafo ingaat, dus de polariteit van de netstekker!
Als twee audio-apparaten door een audiokabel verbonden worden, zoekt die lekstroom zich een weg door de aardkant van die kabel, de mantel dus als het een coaxiale kabel is. Die mantel heeft wel een kleine maar geen oneindig lage weerstand.
De Wet van Ohm zegt dat stroom maal weerstand spanning oplevert. Ofwel: de kabel vertaald lekstroom (die niet alleen puur 50 Hz hoeft te zijn maar ook bijv. vervorming en ratels kan bevatten) in een spanning over de kabels, een stoorspanning die het audiosignaal vervuilt.
Daarom is het zinvol de lekstromen te minimaliseren; het audiosignaal klinkt dan schoner!
Persoonlijk vind ik dit een mooie verklaring die voor mij voldoende argumenten bevat om goed op de netpolariteit te letten, maar wel op een zodanig manier dat de lekstroom, ofwel vereffeningstroom, door audiokabels minimaal zijn.
De aantasting van het audiogeluid ontstaat dus doordat de audiokabel, die de apparaten onderling verbindt, behalve het audiosignaal, ook nog de (negatieve)invloed van het spanningsverschil tussen twee kasten te verwerken krijgt! (ene kast heeft bijv. 60 volt statische spanning, de andere 20 volt, 60-20=40 volt spanningsverschil).
De polariteitsmeting met behulp van een polechecker lost dus slechts een deel van het "probleem" op. Het beste resultaat geeft dus niet uitsluitend het bepalen van de juiste polariteit, maar dus ook de laagste spanning (het liefst 0 volt) die door de interlinks loopt als resultaat van de correcte metingen! Je kunt dus eigenlijk alleen maar met een multimeter het kleinste (negatieve) spanningsverschil bepalen!
De polariteitsmeting in de praktijk
Let op: werken met 230 Volt brengt altijd risico's mee, let dus op je eigen veiligheid als je de beschreven handelingen uitvoert. Heb je er echt geen verstand van, laat de onderstaande handelingen dan door een ervaren persoon uitvoeren!!
Hier beschrijf ik stapsgewijs hoe je met een digitale multimeter (DMM) te werk gaat. Houdt er rekening mee dat je een geaard apparaat tijdens de meting ongeaard aansluit. Je meet namelijk het potentiaal-verschil tussen de randaarde en het chassis van het apparaat. Bij ongeaarde apparaten (meestal voorzien van een platte stekker) is dat uiteraard geen probleem. Indien je apparaat is voorzien van een randaardestekker zul je tijdens de meting een oplossing moeten verzinnen. Maak bijvoorbeeld even een stekkerblok waarbij je de randaarde niet aansluit.
- trek alle stekkers van je set uit het stopcontact en koppel ze ook van elkaar af, dus alle interlinks lostrekken;
- bepaal met een spanningszoeker de plus (+) en min (-) op de wandcontactdoos (lampje brandt bij de + zijde) én, indien je deze gebruikt, op je stekkerblok. Plak daarna een rood stikkertje op het stopcontact, op de stekker van het stekkerblok bij de plus-zijde en voor de duidelijkheid ook op het stekkerblok zelf, uiteraard ook aan de pluszijde;
- stel je DMM in op wisselspanning (ACV of V~) en raak met de ene meetpen de metalen aardbeugel in het stopcontact aan en met de andere meetpen een massa-punt op het apparaat. (bijv. een bevestigingsschroef of de buitenkant van een cinch-aansluiting van het apparaat.
- noteer het aantal volts die de DMM aangeeft;
- trek de stekker eruit van het apparaat, draai 'm om en meet nu nogmaals. De laagste waarde is de beste waarde!
- Heb je de laagste waarde bepaald, plak dan een sticker op de stekker van het apparaat aan dezelfde kant als aan de +-zijde van het stopcontact. Voordeel van het stickertje op de stekker van het apparaat is dat je daarna nooit meer opnieuw de polariteit hoeft te bepalen, want als je het (gemeten) apparaat op een ander stopcontact zet, hoef je alleen even met een spanningszoeker de pluszijde van het betreffende stopcontact te bepalen en van een stickertje te voorzien.
- Herhaal de meting bij de andere apparaten in je set. Sluit daarna pas alles weer aan.
- Soms is het verschil tussen beide waarden bij een bepaald apparaat nauwelijks te zien. In zo'n geval is het apparaat voorzien van een ingebouwd netfilter of heeft een ringkerntrafo met een laag strooiveld. In dit geval heeft polariteitmeting geen zin en kun je hooguit op het gehoor verschillen vaststellen!
Werkt deze methode niet (goed), dan kun je met behulp van het artikel van Peter van Willenswaard je DMM iets modificeren zodat het wél werkt! Een kopie van het artikel kun je per e-mail bij mij opvragen.
Volgorde van de stekkers in het stekkerblok
In het ideale geval zou je moeten denken aan 3 extra aparte stroomgroepen in de meterkast. Één voor de digitale apparaten, één voor de analoge en één voor de eindtrap(pen) en dan ook nog het liefst aparte wandcontactdozen voor ieder apparaat. In de praktijk heb je vaak maar één groep ter beschikking en ben je genoodzaakt om een stekkerblok te gebruiken.
In mijn geval heb ik één aparte en geaarde groep laten aanleggen, die uitkomt in een dubbele wandcontactdoos, waarop de meeste apparaten, behalve de eindversterker, via een Siltech Octopus stekkerblok zijn aangesloten.
Hoe plaats je ze nou? De meningen verschillen hierover nogal, vooral welke als eerste moet: de cd-speler of de voorversterker. De grootste "netvervuilers", dus cd-speler/DAC, zou je aan het begin kunnen plaatsen.
De voorversterker werkt met iets kleinere signalen en de bronnen werken met de kleinste signalen, dus hierna volgt de voorversterker, dan de tuner en bijv. een cassettedeck..
Volgens andere meningen zou als eerste de voorversterker moeten, deze zou dan minder worden beïnvloed door 'digitale vervuiling' komende uit de CD-speler. De voorversterker staat dan immers als eerste in de 'nog schone' stroomkring. Ik heb er in ieder geval voor gekozen om de cd-speler als belangrijkste bron vooraan te plaatsen.
De eindversterker werkt met de grootste signalen, en is dus ook het ongevoeligst is voor de storing (% van het signaal), het is tevens de grootste stroomtrekker. Algehele regel is dat versterkers/eindversterkers óf een eigen plek in de wandcontactdoos krijgen óf aan het eind van het stekkerblok worden geplaatst, dat is dus de laatste entree zover mogelijk van de plek waar de kabel het stekkerblok binnenkomt.
Overigens wordt beweerd dat stekkerblokken die alle dozen parallel aan elkaar hebben het minste resultaat geven. Beter zou het om alle contactdozen in ster aangesloten te hebben. Dan hebben de apparaten de minste invloed op elkaar. Als je een stekkerblok hebt met een aparte digitale-, eind - en overige sectie zijn deze vaak t.o.v. elkaar wel parallel geschakeld maar t.o.v. elke sectie weer in ster.
Bij onderstaande volgorde van de stekkers is uitgegaan van het gegeven (review HomeStudio april/mei 1999) dat het Siltech Octopus (bouwjaar 1999) is opgebouwd als parallel geschakeld stekkerblok en niet als een stergeschakeld stekkerblok.
Bij een stergeschakeld stekkerblok heeft de volgorde van de stekkers geen zin. Er is bij een sterschakeling namelijk geen elektrisch verschil tussen de diverse posities, elk stopcontact heeft zijn eigen toevoer vanaf het punt waar ze samenkomen op de gemeenschappelijke aansluitkabel.
De volgorde in mijn stekkerblok in 2002 was: (zie ook de opmerking bovenaan dit artikel)
1. cd-speler (dus het dichtst bij de kabel);
2. KE-SNS plug (parallelfilter);
3. voorversterker
4. phono voortrap;
5. tuner.
De eindversterker zat rechtstreeks aangesloten op de onderste entree van de wandcontactdoos van de aparte en geaarde audiogroep. De bovenste entree van deze wandcontactdoos wordt bezet door het Octopus stekkerblok. De trafo's van de draaitafel, koptelefoonversterker, en m'n koptelefoon zitten aan de andere kant van het meubel op een andere groep ingeplugd!
Op de foto van links naar rechts zie je de situatie van 2002: XTC Black Ultimate, KE-SNS plug, XTC Black Ultimate, dropveter, dropveter, de eindversterker zit rechtstreeks op de onderste entree van de WCD. Zie de opmerking bovenaan dit artikel voor de huidige situatie.
De "dropveter"kabel van de tuner wil ik nog een keer vervangen. De stikkertjes op de stekkers geven de juiste positie van de stekkers in het stopcontact aan!
Resultaten
Polechecken: toen ik jaren geleden m'n toenmalige set voor het eerst in fase zette met behulp van de VM polechecker, waren de verschillen gelijk goed te horen. Opvallend hierbij was de grotere rust in het geluid en minder "scherpe randjes". Ook in m'n huidige set zijn de resultaten zeer goed!
Netkabels: ik vind het moeilijk om individuele verschillen te beschrijven. M'n eerste ervaringen met netkabels van MIT waren teleurstellend. Ik nam eigenlijk helemaal geen verschillen waar. Later ben ik gaan experimenteren met Siltech en hier nam ik wél verschillen waar ten opzichte van de standaard "dropveters". Het leverde me een breder en dieper geluidsbeeld op, meer rust en betere definitie in zowel hoog als laag.
Inmiddels zijn de Siltech powercords vervangen door XTC Black Ultimate powercords. Deze gevlochten massief koperen kabels gaven in vergelijkende testen met Siltech o.a. een hoorbare dynamiekwinst, meer druk in het laag en een betere plaatsing. De review van de XTC producten kun je hier lezen.
Netfilters: vooralsnog gebruik ik een parallelfilter van Kemp Dit filter gebruik ik om de laatste restjes netvervuiling op m'n schone groep uit te bannen.
Ik had tijdens het schrijven dit artikel (2002) nog weinig ervaring opgedaan met serienetfilters en powerregenerators. Het heeft uiteindelijk tot 2009 geduurd toen ik een PS Audio Powerplant Premier uitprobeerde in mijn set. Deze beviel zo goed dat 'ie is gebleven.
De Powersource van Kemp stond in 2002 op m'n lijstje om een keer uit te testen. Helaas is het er nooit van gekomen.
© AudioReview.nl 2001 - 2011

